Alles is al gedaan, maar het blijft leuk

Countrysterren George Jones en Tammy Wynette woonden naast hem toen hij opgroeide, en met de kerstdagen ging hij geregeld met zijn ouders op visite bij Johnny Cash. Dat was heel gewoon voor zanger/songschrijver Bobby Bare Jr, want zijn vader, Bobby Bare senior, is een iets minder bekende zanger/songschrijver uit die lichting country-muzikanten. Zeker onder country-liefhebbers heeft Bare een bijna legendarische status.

Zo ver is junior nog niet, maar het begint te komen. ‘Ik heb jarenlang tournees door alle uithoeken van Amerika gedaan, waarbij ik erachter kwam waar ze overal wel niet totaal geen interesse hadden in mijn muziek,’ vertelt hij. ‘Maar de laatste tournee was zowaar bijna helemaal uitverkocht.’

Bare junior is er trots op dat hij het op eigen kracht gedaan heeft. Want oudere Amerikanen zullen de naam van zijn vader wel kennen, jongeren hebben nooit van hem gehoord. ‘De man die mij een platencontract aanbood, had eerder de metalbands Korn en Incubus gecontracteerd. Niet bepaald het type dat thuis muziek van Bobby Bare draait.’ Hij is, wil hij maar zeggen, geen Jakob Dylan of Hank Williams III, die vanaf het moment dat ze muziek gingen maken, flink wat media-aandacht kregen omdat hun vaders zulke grootheden waren.

Of hij zijn talent van zijn vader heeft, wil Bare Jr niet zeggen. ‘Ik denk dat het eerder net zoiets is als het feit dat er meer goede hockeyspelers zijn in Canada dan elders. Omdat het daar belangrijk wordt gevonden. Bij ons thuis werden songschrijvers hoog geacht. Dat waren de mensen met wie mijn ouders zich het liefst omringden. En ik wilde net zo zijn als mijn vader. Als hij vrachtwagenchauffeur was geweest, was ik dat misschien wel gaan doen.’

The Replacements

Tot voor kort was zijn muziek nog heel anders dan die van zijn vader. Met de band Bare Jr maakte hij een paar platen waarop ruige, onstuimige rock te horen is. Dit jaar bracht hij een solo-plaat uit onder de titel Young criminals’ starvation league, waarop de muziek ingetogener is, en hier en daar in de riching van het werk van zijn vader gaat. Senior is zelfs op de plaat te horen als achtergrondzanger.

Bare Jr is geboren en getogen in Nasvhille, Tennessee. Hoofdstad van de country-muziek. ‘Maar,’ zegt Bare Jr, ‘je kunt er ook platen van AC/DC kopen, hoor. Er is echt wel meer te vinden. Ik heb daar bands als R.E.M., Black Flag en The Replacements zien spelen. En zonder The Replacements weet ik niet wat voor richting ik had moeten opgaan met mijn muziek. Hun optreden was verpletterend.’

Het spelen van ruige rock, ruiger dan wat bij hem thuis te horen was, werd niet door de een of andere rebellie tegen zijn ouders ingegeven, zegt Bare Jr. ‘Mijn vader was pas echt rebels. Hij speelde in de jaren vijftig rockabilly. Om dat in die tijd te durven doen, was twintig keer zo heftig als wat Marilyn Manson nu doet. Daarbij vergeleken ben ik heel tam.’

Al is hij ook niet bepaald een doetje. Bobby Bare Jr vertelt dat hij al drie keer was opgepakt voor rijden onder invloed toen hij nog niet eens de wettelijke leeftijd had bereikt waarop je mag drinken. Hij heeft ervoor in de gevangenis gezeten, en heeft in een kliniek geprobeerd van de drank af te komen. ‘Ik heb een jaar of acht, negen niet gedronken. Maar een paar jaar geleden ben ik weer begonnen. Als ik niet ophoud, beland ik weer in de gevangenis. Mijn probleem is dat ik niet tegen drank kan. Je drinkt mij zo onder tafel. Alcohol is niet mijn vriend, maar ik ben er gek op.’

Hij zegt er meteen achteraan dat hij er niet trots op is, zoals sommige artiesten die net doen of het bij hun kunstenaarschap hoort. ‘Dat is gelul.’ En een borrel helpt evenmin bij het schrijven van songs. ‘Dan is mijn onvermogen om een relatie gaande te houden wel een grotere inspiratiebron. Dat zorgt voor dramatische gevoelens die in de songs terugkomen.’

Het opmerkelijkste nummer op zijn cd, Dig down, komt voort uit een andere bron van frustraties. De tekst is geschreven als open brief aan diverse vermaarde muzikanten, om te beginnen Pete Townshend, gitarist van The Who. ‘I write you to say thanks for nothin’,’ zingt Bare Jr kwaad. ‘Your generation used up all the feelings/ and if we rock it looks like we’re ripping you off’.

Even later krijgen Jimmy Paige (van Led Zeppelin), The Beatles, Jimi Hendrix en Black Francis (The Pixies) hetzelfde verwijt: dat ze jongere muzikanten het gras voor de voeten weggemaaid hebben. Alles wat uit zijn versterker komt, klinkt in vergelijking met hen heel gewoontjes, zingt Bare Jr, en als hij zijn gitaar in brand steekt is hij ‘a fucking bore’.

‘Die tekst is voor de helft een haatbrief, voor de helft een liefdesbetuiging,’ zegt Bare Jr. ‘Ik heb een tijd samengewoond met iemand die een enorme platenverzameling had. Het was of je in een platenzaak woonde. Als ik hem een liedje liet horen dat ik net geschreven had, zei hij: o, dat heb ik al eens eerder gehoord. Dan pakte hij een plaat van Bachman Turner Overdrive uit 1973 uit de kast en zette die op, en inderdaad: had ik per ongeluk een liedje geschreven dat al bestond – maar dat ik nog nooit gehoord had. Dat zal Pete Townshend nooit overkomen zijn. Het is frustrerend, want het is moeilijk iets te bedenken dat niet al vaak gedaan is. Je wilt het gevoel hebben dat je iets unieks doet. Maar het is ook leuk. Ik hou ervan om songs te schrijven. Ik houd van rock-‘n-roll.’

Het Parool, 24 april 2003